Wat er is

Mooi of lelijk

Omarmen wat er is

Het heeft gestormd vannacht, ik ben bang als ik opsta dat de bladeren van de bomen zijn gewaaid en een winters landschap me tegemoet komt. Ben ik daar al aan toe? Ben ik bereid de zomer, de herfst, het licht los te laten en de donkerte te omarmen, de naakte silhouetten van de bomen weer te bewonderen?

Wat is mooi? De heerlijke warme zomer? De prachtig gekleurde herfstbladeren, de tegen de maanverlichte nacht uitgetekende kale silhouetten? Wat is lelijk? de hete droge zomer, de bruine verdorde herfstbladeren, de ijle kale silhouetten?

Het gaat erom dat we omarmen wat er is, nu, in dit moment, met alles wat er is. Het onbevangen tegemoet treden.

Het overkwam me toen ik na het opstaan naar buiten keek. Ik zag de afgevallen bladeren op het dak van m’n auto liggen en werd getroffen door de schoonheid ervan, het contrast tussen de strakke lak en de glans van de auto en de beweeglijke bruin geworden bladeren met regendruppels erop….

Ik neig ernaar om een auto lelijk te noemen en bladeren mooi. In dit geval was alles mooi en alles lelijk tegelijk.

Het was een moment waarin alles klopte zoals het was.